Menu

Onderwerp

Zink emmer - met "superkrachten" tegen corrosie

"Er zit een gat in de emmer", klaagde de Liese al in 1700 in het gelijknamige volkslied dat nog steeds bekend is. Een ongelukkige omstandigheid die voorkomen had kunnen worden met een zinken emmer. De arme ziel zou gespaard zijn gebleven van al het heen en weer gepiel om het gat te dichten. Jammer dat thermisch verzinken pas in 1742 werd uitgevonden en pas 100 jaar later voor het eerst op grotere schaal kon worden toegepast. Duidelijk te laat voor de Liese. Sindsdien heeft het galvaniseren zich echter op vele gebieden gevestigd als een langdurige corrosiebescherming voor ijzer en staal. Gaten in emmers behoren dus tot het verleden. Dankzij zink.

Beschermd tegen corrosie. Of: Er zit geen gat in de zinken emmer.

Ook al doet het woord "zinken emmer" anders vermoeden, zo'n emmer is geenszins geheel van zink gemaakt. Het materiaal is veeleer een metaal dat bekleed is met een zinklegering, die daardoor beschermd is tegen de anders onvermijdelijke corrosie.

Roest is de ultieme vijand van staal en ijzer. Als ze zuurstof en vocht ontmoeten in een onheilige alliantie, roesten de metalen sneller dan de Liese haar lied kan zingen. Indien het roestgevoelige materiaal echter wordt gecombineerd met een minder edel metaal, zal alleen dit laatste corroderen. Ze zeggen: het offert zichzelf op. En zink is het perfecte slachtoffer.

Wanneer zink verweert - dat wil zeggen corrodeert of zelfs oxideert onder invloed van de omgeving - vormt het een beschermend patina. Als de zinken emmer bij aankoop nog zilverglanzend is, wordt het oppervlak bij gebruik buiten al gauw mat en bedekt met een witgrijze laag. Hoewel dit ook een afbraakproduct is, vertraagt het, in tegenstelling tot roest, duidelijk het verdere corrosieproces in plaats van het te versnellen. Wat door weer en wind is weggesleten, vernieuwt zich in hoge mate. Men zou dus kunnen zeggen dat zink zelfgenezende krachten heeft - een superheld onder de metalen.

Vuurdoop. Het proces van verzinken.

Eén ding vanaf het begin: niet alle galvanisatie is hetzelfde. De dikte van de zinklaag en de produktie ervan hebben een beslissende invloed op de weerstand tegen mechanische belastingen en milieu-invloeden en dus ook op de duur van de bescherming. Van de verschillende galvanisatietechnieken wordt degene die de meest duurzame bescherming kan bieden dan ook als de koningin beschouwd: het thermisch verzinken en daaronder vooral het stukverzinken.

Alle zinken emmers uit het Manufactum-gamma zijn vervaardigd uit plaatstaal, worden eerst geassembleerd en vervolgens in hun definitieve vorm thermisch verzinkt. Op die manier worden niet alleen de oppervlakken, maar ook de snijranden doeltreffend tegen ontbinding beschermd. In tegenstelling tot veel andere coatings kan het gevreesde fenomeen van randafwijkingen, waarbij hoeken en randen een dunnere coating hebben, volledig worden vermeden met thermisch verzinken.

Dit is niet de enige reden waarom het proces van thermisch verzinken complex is. De eerste stap is de natte chemische voorbehandeling: het werkstuk - in ons geval de toekomstige zinkbak - wordt eerst ontvet met zuren of alkaliën, vervolgens gebeitst en ten slotte gewassen met vloeimiddel voor de fijne reiniging. Na deze grondige reiniging is het eigenlijke verzinken aan de orde: de emmer wordt ondergedompeld in een bad van gesmolten zink met een gemiddelde temperatuur van 450 °C. Terwijl andere emmers bij dergelijke temperaturen allang kapot zijn gegaan, wordt de emmer vervolgens ondergedompeld in een bad van gesmolten zink. Terwijl andere materialen bij dergelijke temperaturen al lang zijn bezweken, bereikt zink pas bij 419 °C de bedrijfstemperatuur en verandert zijn aggregatietoestand van vast in vloeibaar. De emmer moet nu veel doorstaan, want hij blijft in de kokende bouillon tot hij op temperatuur is. Intussen vormen zich legeringslagen van verschillende samenstellingen van zink en ijzer op het oppervlak van het werkstuk, die worden bedekt met een laatste toplaag van zuiver tin wanneer de emmer uit de smelt wordt getrokken. Zij wordt zichtbaar door de zogenaamde zinkbloem - de karakteristieke, kristallijne oppervlaktestructuur waarin zink stolt en die ook de bij ons verkrijgbare zinken emmers kenmerkt.

Menu