Onderwerp
Zaadvast zaad – zoals het zaad, zo de oogst
In de volksmond zegt men: je oogst wat je zaait. Eigenlijk vanzelfsprekend, toch? Maar daar zit hem nu juist de kneep: alles draait om het ‘wat’ en hoe dat tot stand komt, want de winning van zaad is in de afgelopen eeuw radicaal veranderd. In het tijdperk van moderne veredelingsbedrijven zijn de eisen die aan zaden worden gesteld vooral verschoven in de richting van kwantiteit en uniformiteit van de opbrengst – aspecten als diversiteit, smaak, geschiktheid voor de standplaats en vooral het vermogen tot voortplanting en verdere ontwikkeling zijn daarbij grotendeels uit het oog verloren. De zaadkwekers van Manufactum, zowel van bloem- als van groentezaden, hebben zich daarentegen toegelegd op het behoud van genetische diversiteit en leveren zaden van beproefde en ongewone rassen, die kleur, vorm en het plezier in het planten terugbrengen.
Twijfel zaaien. Over F1-hybriden zonder nakomelingen.
Duizenden jaren lang was het de taak van boeren en tuinders om zaden te kweken voor het volgende tuinseizoen. Er werd altijd een deel van de oogst achtergehouden om nieuw zaad te verkrijgen, dit opnieuw uit te zaaien, te ruilen en door te geven. De regionale variëteiten, die in de loop van vele jaren waren ontwikkeld, waren niet alleen optimaal aangepast aan de heersende klimaatomstandigheden, maar scoorden ook punten door hun unieke smaak en uiterlijk. Men oogstte letterlijk de vruchten van het eigen werk.
Met het streven naar steeds grotere opbrengsten en winstmarges verschoof de zeggenschap over de zaadproductie – vooral op het gebied van groentezaden – uiterlijk sinds de jaren vijftig steeds meer naar de grote veredelingsbedrijven. Dat leidde enerzijds tot een drastische afname van het aantal rassen (in de afgelopen 100 jaar zijn naar schatting driekwart van de bekende groenterassen verloren gegaan), anderzijds wordt de markt steeds meer gedomineerd door hybride rassen die niet langer zaadvast zijn: topatleten op het gebied van zaad, die echter na slechts één seizoen al hun kruit hebben verschoten en het volgende jaar door een nieuwe generatie moeten worden vervangen. Hoewel er uit de vruchten van zo’n eerste zaaiing doorgaans nog steeds nieuwe zaden kunnen worden gewonnen, weet men nooit precies wat eruit groeit, omdat het ras zich in verschillende vormen opsplitst. Een eigen opkweek wordt zo van meet af aan onmogelijk gemaakt, en boeren en hobbytuinders zijn gedwongen om het jaar daarop nieuw zaad te kopen. Goed voor de industrie, slecht voor de telers en de natuurlijke evolutie van de rassen.
Keuze te over. Weg met de eenvormigheid van zaden.
Elk jaar weer rijst op veel plaatsen de vraag: wat moet er dit seizoen worden gezaaid? Of het nu gaat om groente- of bloemzaden, je staat voor de schappen met kleurrijke zaadzakjes in het tuincentrum en ondanks het op het eerste gezicht uitgebreide aanbod kun je je niet aan het gevoel onttrekken dat je tien keer hetzelfde in het groen wordt verkocht, alleen in een andere verpakking. Dienovereenkomstig worden de zaden vaak heel stereotiep gewoon aangeduid met „komkommer“ of „wortel“. Wie zit er nu op details te letten? De toevoeging F1, die aangeeft dat het om hybride kruisingen gaat en die eigenlijk wel interessant zou zijn, blijft daarbij meestal niet meer dan een onbegrijpelijke afkorting. En zo bloeit en ontkiemt het zomer na zomer in ongeëvenaarde uniformiteit in de tuinen van het land. Dat belooft misschien wel een goede oogst, maar het belooft net zo goed verveling. En na een jaar sta je weer in het tuincentrum, want de levenscyclus van het zaad is nu eenmaal beperkt.
Succesvol zaaien. Diversiteit oogsten. Zaden bij Manufactum.
Dat geldt niet voor de zaden van onze Duitse en Engelse kwekers. Terwijl het aanbod aan oude en regionale rassen elders vaak schaars is, zorgen deze bedrijven ervoor dat ze in al hun verscheidenheid weer beschikbaar zijn voor de hobbytuinier – uiteraard zaadvast en dus te vermeerderen. Dat bevordert niet alleen de diversiteit op het bord en in de bloemenvaas, maar stelt je ook in staat om zelf aan de slag te gaan met het kweken van zaden: om historische teeltrassen in stand te houden en – in de loop der jaren – eventueel ook om nieuwe te creëren.
Of het nu gaat om de bindsla ’Forellenschluss‘, lieveheersbeestjespapaver, de tomaat ’Druppelvormige van Linosa‘, radijs ‘Brauner Fridolin’, Siberisch nachtviooltje of al die vele andere soorten die niet alleen betoveren met mooie namen, maar ook met een heerlijke smaak, lange oogstperiodes, een betoverend uiterlijk en een robuuste aard – verveling is uitgesloten. Je oogst wat je zaait – dat geldt ook voor het zaad in het Manufactum-assortiment. Maar niet alleen in het eerste, ook in het tweede jaar, in het derde eveneens en in alle jaren daarna.



